Praktijkportret | Een hybride rol als brug tussen onderwijspraktijk en lerarenopleiding

Martine Rijfkogel is iemand die dolgraag met mensen – in het bijzonder: kinderen – werkt, in een sociale omgeving – en het is dan ook niet verrassend dat ze juf op een basisschool werd. Maar, behept als ze van nature is met een surplus aan energie, wilde ze van meet af aan ook altijd nog iets méér. Vandaar dat ze naast haar baan pedagogiek studeerde, de opleiding voor leraar in het speciaal basisonderwijs deed en ook nog eens een rekenopleiding volgde. En ondertussen had ze altijd in haar achterhoofd het idee om misschien ooit nog eens op een pabo te kunnen werken. Nadat ze jaren les had gegeven in het basisonderwijs en het speciaal onderwijs in onder meer de Haagse Schilderswijk, was de tijd zo’n zes jaar geleden rijp om een volgende stap in haar carrière te zetten: ze zag dat er een plaats vrij was op het wetenschapsknooppunt van het ICLON – en ze werd aangenomen.

Wetenschap en technologie vorm geven voor het basisonderwijs: op papier is het een prachtbaan. Maar Martine merkte al snel dat die toch niet helemaal bij haar paste: “Ik ben niet iemand die de hele dag stil kan zitten om stukken te lezen. Ik miste de reuring van het werken met kinderen, vind het fijn om actief met ze bezig te zijn en al mijn creativiteit daarin kwijt te kunnen. Ik heb er toen zelf voor gekozen om voor de helft van de werkweek weer in het basisonderwijs te werken en vanuit die positie te kijken of die pabo-droom van me misschien nog werkelijkheid kon worden.” Iets wat inderdaad gebeurde: ze verliet het wetenschapsknooppunt en is sinds 2022 op de pabo van de Hogeschool Leiden rekendocent, stagebegeleider en studiebegeleider. “Het ging daar om een parttime baan, waardoor ik ook op mijn basisschool, de Nutsbasisschool in Voorschoten, kon blijven werken.”

De balans tussen de rollen: voordelen van hybride werken

Dat parttime werkverband is anno 2024 anderhalve dag groot, de rest van de week neemt een collega de honneurs in hun groep 1/ 2-klas waar, verduidelijkt Martine: “Ik werk met een heel prettige collega samen, wij draaien samen de groep, ik denk mee met rapporten en oudergesprekken – met alles wat rechtstreeks met het onderwijs te maken heeft. Maar aan allerlei taken buiten de klas om, zoals werkgroepen of studiedagen, doe ik niet mee omdat ik dan op de hogeschool zit.” Het is een bescheiden beperking die ze zichzelf moet opleggen, eentje die in het niet valt bij de meerwaarde die haar hybride bestaan op alle fronten met zich meebrengt: “Ik merk dat studenten op de hogeschool het prettig vinden: ik kan immers volop uit de praktijk putten. Ze merken: ‘Hé, zij weet uit eigen ervaring wat wij wat wij meemaken op de stage’, er is veel herkenning. Maar ook op de hogeschool en tijdens stagebezoeken zie ik heel veel dingen die ik dan weer mee terug kan nemen naar mijn eigen basisschool. Dus aan beide kanten zie ik meerwaarde.”

Over het algemeen slaagt ze er goed in om de rollen die ze binnen haar twee banen vervult van elkaar te scheiden: “Ik probeer ook echt op de dag dat ik in het basisonderwijs werk niet mijn mail van de hogeschool te openen. Maar hier en daar maak ik ook wel juist gebruik van de situatie. Zo hadden we voor de hogeschool voor het vak rekenen nieuw filmmateriaal nog. Wat we hadden was sterk verouderd. En dan is het voor mij makkelijk om op mijn school in Voorschoten toestemming te vragen aan de ouders om in de klassen te mogen filmen.”

De uitdagingen van hybride werken: piekmomenten en werkdruk

Hoewel Martine na ruim tweeënhalf jaar ervaring volkomen overtuigd is geraakt van de zegeningen van het hybride opleiden, geeft ze even grif toe dat er ook wel momenten zijn ‘dat het wat kan schuren’: “Soms heb je bijvoorbeeld op beide fronten tegelijktijdig een piekmoment. Ik ben afgelopen week op kamp geweest met de pabo en gisteren hadden we op mijn basisschool openingsfeest. De werkdruk is al hoog en op zulke momenten verdubbelt die nog eens. Dus dan is het wel pittig.” Vandaar dat ze iedereen die met de gedachte speelt om haar hybride voorbeeld te volgen aanmoedigt om dat vooral te doen, maar dat ze wel moeten bedenken dat het er af en toe “vrij hectisch” aan toe kan gaan: “Als je dit wil gaan doen, moet je daar goed over nadenken. Hoe kun je zorgen dat het te doen blijft? Zelf heb ik toevallig vrij veel energie, ik vind het niet erg om een keer tot ’s nachts één uur dingen af te maken. Maar dat is wel iets waar je rekening mee moet houden.”

Overzicht van praktijkportretten: Hybride opleiders

In deze reeks praktijkportretten lees je inspirerende verhalen van hybride opleiders die de verbinding leggen tussen onderwijs en praktijk. Ontdek hoe zij hun unieke ervaringen inzetten om het onderwijs te verrijken en de kloof tussen theorie en praktijk te overbruggen. Hieronder vind je een overzicht van alle praktijkportretten in deze serie.

Praktijkportret | Tussen klaslokaal en pabo: dubbelrol als hybride opleider
Praktijkportret | Innovatie en hybride opleiderschap in het onderwijs
Praktijkportret | Synergie tussen school en instituut: Hybride Samen Opleiden in de praktijk
Praktijkportret | De kracht van een hybride opleider
Gerelateerde berichten