Interview | Hoe gaan Onderwijsregio’s de basiskwaliteit van Samen Opleiden borgen?

Sinds 1 januari 2026 opereren partnerschappen Samen Opleiden niet langer als op zichzelf staande samenwerkingsverbanden, maar maken ze deel uit van de Onderwijsregio’s. Daarmee verandert ook de kwaliteitszorgstructuur van het Samen Opleiden. Het Platform Samen Opleiden & Professionaliseren werkt aan een aanpak die Onderwijsregio’s ondersteunt om de basiskwaliteit van Samen Opleiden te borgen. We vragen aan drie leden van de voormalige beoordelingscommissie Samen Opleiden – Miranda Timmermans (voorzitter), Wilske Nijenhuis en Loes Nobbe – welke adviezen zij het Platform kunnen meegeven.

De commissie ‘beoordelingsgerichte peerreview’ waar zij alle drie deel van uitmaakten, beoordeelde de afgelopen tien jaar de aanvragen van aspirant partnerschappen en beoordeelde partnerschappen op hun basiskwaliteit. Omdat zo’n ingebouwde kwaliteitscheck er met de vorming van Onderwijsregio’s niet meer is, buigt het Platform Samen Opleiden & Professionaliseren zich over de vraag hoe ze Onderwijsregio’s en partnerschappen die functioneren binnen een opleidingsinfrastructuur van een Onderwijsregio, kan ondersteunen bij de borging van de basiskwaliteit van het Samen Opleiden.

Houd vast aan een landelijke norm voor basiskwaliteit

Zeker gezien de breed gedeelde ambitie dat Samen Opleiden in 2030 de norm is en dus alle toekomstige leraren straks volgens de systematiek van Samen Opleiden worden opgeleid, is het allereerst van groot belang dat er een landelijke norm is voor de basiskwaliteit van Samen Opleiden. “Natuurlijk zijn er verschillen tussen partnerschappen en Onderwijsregio’s en verschilt de invulling van Samen Opleiden, maar het is belangrijk dat alle toekomstige leraren – waar ze ook worden opgeleid – een diploma van gelijke waarde krijgen”, zegt Loes. “Dat kan alleen als het Samen Opleiden in alle Onderwijsregio’s een bepaalde basiskwaliteit heeft, en dat je over een werkwijze en instrumenten beschikt om die basiskwaliteit vast te stellen. Het is heel zinvol dat het Platform daarmee bezig is.”

Dat is temeer belangrijk omdat Samen Opleiden een kwalificerende functie heeft, stelt Miranda. “De NVAO houdt toezicht op de landelijke kwaliteitsnorm voor de lerarenopleiding, maar Samen Opleiden voegt daar iets wezenlijks aan toe omdat het gaat om samenwerking tussen gelijkwaardige partners en om een gedeelde taal, een gedeeld kader, een gedeelde verantwoordelijkheid. Nu de verantwoordelijkheid voor die kwalificerende functie naar de Onderwijsregio gaat, de beoordelingscommissie Samen Opleiden stopt, en er momenteel in veel partnerschappen organisatorisch veel verandert, is het belangrijk dat er daarvoor ook een landelijke kwaliteitsnorm is.”

“Verder is het noodzakelijk om de kwaliteit goed te duiden omdat toekomstige leraren opleiden een functie is die van oorsprong niet in scholen is belegd”, vult Wilske aan. “Dat is een wezenlijk ander proces dan onderwijs geven aan leerlingen. Het is belangrijk dat duidelijk is wat je daarin minimaal moet laten zien.”

Het is belangrijk dat alle toekomstige leraren – waar ze ook worden opgeleid – een diploma van gelijke waarde krijgen.”

Geef het gesprek een belangrijke plaats in de werkwijze

Het kwaliteitskader Samen Opleiden& peer review geeft met de vier waarborgen inhoudelijk richting aan de kwaliteit van Samen Opleiden en speelt dus ook een belangrijke rol in de beoordeling van de basiskwaliteit. Miranda: “Als beoordelingscommissie keken we hoe de vier waarborgen vorm kregen. Je kijkt of het partnerschap een doorleefde visie heeft geformuleerd en of je die terugziet in de inrichting van de leeromgeving, in de organisatie en in de kwaliteitscultuur. En als je het óók terugziet in het handelen en in de samenwerking van alle betrokkenen, dan is er sprake van basiskwaliteit.”

Uit ervaring weten de drie gesprekspartners dat het verre van eenvoudig is om dat vast te stellen, al is het alleen al doordat de contexten van het Samen Opleiden zeer verschillend zijn onder andere vanwege de drie onderwijssectoren – po, vo en mbo – waarin het zich afspeelt. “Omdat het in verschillende contexten wordt gebruikt,“ zegt Loes, “is het kwaliteitskader breed geformuleerd en worden ‘grote’ termen gebruikt, zoals ‘een doorleefde visie’ of ‘een organisatie die is gericht op samenwerking’. Je beschikt voor het beoordelen van de basiskwaliteit niet over harde criteria op basis waarvan je bij wijze van spreken een afvinklijstje kunt maken.”

“Onze beoordeling van de basiskwaliteit was vooral gericht op de congruentie, de samenhang tussen de vier waarborgen en op de gezamenlijke verantwoordelijkheid”, vertelt Miranda. “Zo moet het concreet geformuleerd zijn, moet er sprake zijn van een gezamenlijke ontwikkeling en uitvoering, en moet er samenhang zijn tussen wat er op de opleiding en op de leerwerkplek gebeurt.”

Partnerschappen kunnen veel beschrijven, maar of er echt sprake is van een gedeelde verantwoordelijkheid en of alle betrokkenen dezelfde taal spreken, merk je pas als je met betrokkenen in gesprek gaat.”

De enige manier om van dat alles een goed beeld te krijgen is de dialoog, zo is de ervaring van de kwaliteitscommissie. “Door met de verschillende betrokkenen in gesprek te gaan, krijg je een beeld van de samenhang in de manier waarop zij studenten Samen Opleiden”, zegt Wilske. “Partnerschappen kunnen veel beschrijven, maar of er echt sprake is van een gedeelde verantwoordelijkheid en of alle betrokkenen op één lijn zitten en dezelfde taal spreken, kunnen partnerschappen onmogelijk zichtbaar maken in een schriftelijke reflectie. Dat merk je pas als je met betrokkenen in gesprek gaat. Daarom zijn gesprekken onmisbaar als je de basiskwaliteit gaat vaststellen. Ik heb het als waardevol ervaren dat je als beoordelaar én iets op papier hebt, én gesprekken voert.

Zorg voor een deskundige blik van buiten

Om die gesprekken te voeren en daar de juiste conclusies uit te trekken, moeten beoordelaars over specifieke competenties beschikken. De beoordelingsgerichte peer reviews met het kwaliteitskader als onderlegger werden dan ook uitgevoerd door professionals die deskundig zijn op het gebied van Samen Opleiden en die zijn getraind in de benodigde competenties. Om de vergelijkbaarheid en de kwaliteit van de beoordelingen te garanderen, waren er voor en na elke beoordelingsronde kalibreersessies met de commissieleden.

Hoe mooi zou het zijn als er in elke Onderwijsregio één of twee collega’s worden opgeleid tot experts die de basiskwaliteit van Samen Opleiden kunnen beoordelen.”

Essentieel in de beoordelingsgerichte peer review was niet alleen dat deze werd uitgevoerd door experts op het gebied van Samen Opleiden, maar ook dat het ging om een blik van buiten.
Ook met de ontwikkelingsgerichte peer review profiteren partnerschappen van een blik van buiten, maar dat is volgens Miranda wezenlijk anders dan een beoordelende review. “Bij ontwikkelingsgerichte peer reviews gaat het meer om een uitwisseling en wordt er op een specifiek  vraagstuk gefocust. Dat is ook heel zinvol voor kwaliteitsontwikkeling, maar daarmee krijg je geen volledig beeld van de basiskwaliteit van het Samen Opleiden zoals bij de beoordelingsgerichte peer review die daar helemaal op is gericht.”

Vorm een brede pool van beoordelaars

Het mooie van de deelname aan de kwaliteitscommissie is dat dit werk ook voor de commissieleden zelf een professionaliserende functie had. Het leverde de commissieleden input en handvatten op om in het eigen partnerschap aan kwaliteitsverbetering te werken; een mechanisme dat nu bewust zou kunnen worden ingezet, vindt Miranda. “Hoe mooi zou het zijn als er in elke Onderwijsregio één of twee collega’s worden opgeleid tot experts die de basiskwaliteit van Samen Opleiden kunnen beoordelen. Dan worden de manier van denken en de gedeelde taal van Samen Opleiden in alle Onderwijsregio’s geïntroduceerd, waardoor de kwaliteit van het Samen Opleiden regelmatig gepeild wordt en waar nodig wordt verbeterd. Ik pleit er dan ook voor om met een brede pool van geschoolde beoordelaars te gaan werken.” “Als je de samenstelling van die pool koppelt aan de Onderwijsregio’s, dan wordt die verantwoordelijkheid ook mooi verspreid”, voegt Wilske toe. “Dus ook met het oog op de gezamenlijke landelijke verantwoordelijkheid zou dat waardevol zijn.”

In het kort

  • Een landelijke norm voor de basiskwaliteit van Samen Opleiden blijft noodzakelijk.
  • Kwaliteit laat zich niet alleen op papier beoordelen; gesprekken met betrokkenen zijn essentieel.
  • Een deskundige blik van buiten draagt bij aan betrouwbare kwaliteitsborging.
  • Een landelijke pool van geschoolde beoordelaars kan Onderwijsregio’s hierbij ondersteunen.

[1] Miranda Timmermans is lector Samen Opleiden van de Marnix Academie en expert bij het Platform Samen Opleiden & Professionaliseren. Wilske Nijenhuis is programmamanager Samen Opleiden PO in de regio Arnhem-Nijmegen en productleider van Onderwijsregio Talent voor Onderwijs. Loes Nobbe is academiemanager bij de HAN academie Educatie en was hier tot voor kort programmaleider Samen Opleiden.

Gerelateerde berichten