In deze logboekenreeks volgen we programmaleiders die actief bijdragen aan de ontwikkeling van onderwijsregio’s. In drie opeenvolgende gesprekken delen zij hun ervaringen met veranderende samenwerking, governance en kwaliteitsontwikkeling binnen Samen Opleiden. Zo ontstaat een rijk beeld van hoe partnerschappen zich positioneren in het bredere veld van regionale samenwerking.
In dit tweede logboek kijken Roos Numan, programmaleider van de Noord-Hollandse SamenScholing en teamleider pabo Alkmaar bij Hogeschool Inholland, en Jacqueline Nieuwenhuizen, coördinator Samen Opleiden van OPSPOOR en sinds 2023 mede-programmaleider van de Noord-Hollandse SamenScholing, terug op de voortgang binnen hun partnerschap en de twee onderwijsregio’s Noorderwijs en Zaanstreek-Waterland.
Waar in de eerste editie vooral de ontwikkeling van het partnerschap centraal stond – het bouwen aan structuur, kwaliteit en samenwerking tussen scholen en opleiding – ligt de nadruk nu op verdieping en borging binnen een breder regionaal krachtenveld. Hoe houd je kwaliteit, eigenaarschap en verbinding vast in een context waarin partnerschappen steeds nauwer samenwerken binnen onderwijsregio’s en bestuurlijke structuren veranderen? De gesprekken laten zien hoe de samenwerking tussen opleiding en werkveld zich verder heeft verdiept. De focus verschuift van groei naar continuïteit, van afzonderlijke initiatieven naar een gezamenlijke infrastructuur waarin partnerschap en onderwijsregio elkaar versterken.
De schaal is groter geworden, maar we hebben het fundament stevig staan. Nu gaat het erom dat we de kwaliteit vasthouden en de samenwerking duurzaam inbedden.”
De Noord-Hollandse SamenScholing is inmiddels stevig geworteld in de regio. De ambitie om alle studenten via het partnerschap op te leiden is vrijwel gerealiseerd. Roos: “Het gaat eigenlijk heel goed. We hebben nog wat opstartproblemen in de latere fases van de opleiding, maar de richting klopt.” De overgang naar het vernieuwde curriculum betekende voor de pabo Alkmaar een forse verandering. Samen Opleiden is nu een integraal onderdeel van het programma. Het nieuwe curriculum is gefaseerd ingevoerd, en dat betekende dit jaar dat de lerarenopleiders van de hogere studiejaren zich moesten verhouden tot een nieuw programma, inclusief Samen Opleiden. Bij zoveel verandering in één keer zie je dat in sommige gevallen eerst is gekozen om zich zelf te verhouden tot het nieuwe programma, voordat de samenwerking met het werkveld werd verdiept.”
“Dat is vanuit het werkveld gezien jammer, maar vanuit de pabo wel begrijpelijk,” zegt Roos. “Soms moet je eerst zelf iets doorgronden voordat je de samenwerking goed kunt vormgeven.” In de eerste twee jaar van de opleiding werpt de gefaseerde aanpak al wel zijn vruchten af. De leerteams draaien, de coördinatie is beter verdeeld en de samenwerking met schoolopleiders verloopt steeds natuurlijker. Toch blijft het proces dynamisch. Jacqueline: “De schaal is groter geworden, maar we hebben het fundament stevig staan. Nu gaat het erom dat we de kwaliteit vasthouden en de samenwerking duurzaam inbedden.”

Een van de meest zichtbare ontwikkelingen is de intensivering van de samenwerking tussen schoolbesturen binnen het partnerschap. Waar voorheen elk bestuur zijn eigen leerteams en studenten organiseerde, worden deze nu steeds vaker bestuursoverstijgend ingericht. Jacqueline: “De leerteams bestaan vaak uit studenten die stagelopen bij verschillende besturen. In elk leerteam participeren dan ook twee schoolopleiders van die verschillende besturen. Dat was in het begin spannend, maar het pakt heel goed uit.”
Deze aanpak vraagt om vertrouwen tussen besturen, scholen en opleiders. “Bestuurders moeten hun schoolopleiders de ruimte geven om echt samen te werken,” zegt Roos. “Dat klinkt vanzelfsprekend, maar het is ook spannend om de controle los te laten.”
Het resultaat is zichtbaar in de praktijk. Studenten leren van en met elkaar, scholen wisselen expertise uit en instituutsopleiders fungeren als verbindende schakel tussen de besturen. Jacqueline: “Je merkt dat het partnerschap hierdoor echt bovenbestuurlijk wordt. We ontmoeten elkaar als besturen op kwaliteit, en dat maakt het partnerschap sterker.”
Een centraal thema in dit gesprek is het versterken van de doorgaande lijn van instroom tot startbekwaamheid – en verder. Roos: “We willen dat studenten zich herkennen in de praktijk, en dat scholen onze studenten herkennen als toekomstige collega’s. Dat vraagt om structurele afstemming en gedeeld eigenaarschap.” Jacqueline vult aan: “We kijken steeds beter naar het hele traject: wat heeft een student nodig vanaf het moment dat hij of zij binnenkomt tot en met de eerste jaren voor de klas?”
Binnen de onderwijsregio is de betrokkenheid van HRM-medewerkers toegenomen. Dat biedt volgens Roos en Jacqueline kansen om het gesprek over professionalisering van huidige medewerkers breder te voeren. De doorgaande lijn krijgt ook vorm in de samenwerking rond inductie en professionalisering. Waar inductie eerder vooral binnen besturen werdgeorganiseerd, wordt dat nu onderdeel van de regionale samenwerking. Jacqueline: “Het partnerschap heeft de basis gelegd. Startende leraren voelen zich gezien, en dat draagt bij aan behoud.”
Roos benadrukt de rol van het partnerschap hierin: “Wij willen niet ineens loslaten na het afstuderen. Juist in die overgang van student naar leraar kan het partnerschap een rol spelen.” “Je ziet dat leren niet meer alleen over studenten gaat, maar ook over startende én ervaren leraren. Dan is er echt sprake van een doorgaande lijn: van opleiding, naar inductie, naar blijvende ontwikkeling op de werkvloer.”
We willen dat studenten zich herkennen in de praktijk, en dat scholen onze studenten herkennen als toekomstige collega’s. Dat vraagt om structurele afstemming en gedeeld eigenaarschap.”
De Noord-Hollandse SamenScholing opereert in twee onderwijsregio’s – Noorderwijs en Zaanstreek-Waterland – elk met een eigen dynamiek. Dat vraagt om voortdurende afstemming en een scherp gevoel voor context. Roos: “We zijn voortdurend aan het simultaan schaken. We moeten ervoor zorgen dat het partnerschap als geheel herkenbaar blijft, ook al werken we in verschillende contexten.” Jacqueline: “Als programmaleider heb je te maken met meerdere onderwijsregio’s, en dat is soms best ingewikkeld. Je hebt te maken met verschillende culturen en tempo’s. Het helpt dat we als duo kunnen verdelen wie waar de focus heeft.” De uitdaging is om de gezamenlijke visie op opleiden en begeleiden overeind te houden binnen die verschillen. “Het gaat er niet om dat alles hetzelfde wordt,” zegt Roos, “maar dat we elkaar begrijpen en samen koers houden.”
Deze groeiende samenwerking vraagt om duidelijke kaders en een stevige kwaliteitsstructuur. Roos en Jacqueline benadrukken dat goed bestuur niet alleen gaat over overleg en verantwoording, maar juist over het vasthouden van de kern: samen verantwoordelijkheid nemen voor goed opleiden. Roos: “De gesprekken over governance kosten veel tijd. Daardoor hebben we minder aandacht gehad voor de uitvoering van onze kwaliteitscyclus. We hebben nu gezegd: eerst zorgen dat die weer stevig staat, zodat we van daaruit de verbinding met de regio goed kunnen leggen.”
De kwaliteitscyclus van de Noord-Hollandse SamenScholing is inmiddels goed ingebed. Coördinatoren van de aangesloten besturen komen maandelijks bijeen om de voortgang te bespreken. Jacqueline: “We voeren een echte kwaliteitsdialoog – op school-, bestuurs- en partnerschapsniveau. En die gesprekken zijn niet alleen formeel; ze zorgen ook voor een gevoel van gezamenlijk eigenaarschap.” De komst van de onderwijsregio’s vraagt dat partnerschappen zich opnieuw positioneren. “De eindverantwoordelijkheid voor kwaliteit ligt straks bij de onderwijsregio,” zegt Roos, “maar de partnerschappen blijven in control. Wij zijn degenen die het samen doen.”
Een positieve ontwikkeling is dat de programmaleiders van verschillende partnerschappen elkaar steeds vaker ontmoeten, onder andere via het Platform Samen Opleiden & Professionaliseren. Jacqueline: “We werken samen met IPABO en HVA aan thema’s als inductie en professionalisering. Dat versterkt het vertrouwen en de onderlinge afstemming.” Roos: “Het contact is echt geïntensiveerd door de onderwijsregio’s. Doordat we elkaar beter kennen, zien we ook meer mogelijkheden om samen op te trekken.”
De eindverantwoordelijkheid voor kwaliteit ligt straks bij de onderwijsregio, maar de partnerschappen blijven in control. Wij zijn degenen die het samen doen.”
Beide programmaleiders vinden het belangrijk dat de partnerschappen zichtbaar blijven binnen de onderwijsregio’s. Roos: “Samen opleiden wordt nog te vaak gezien als iets van de pabo. Wij moeten laten zien dat het echt van ons allemaal is: van scholen én van de opleiding.” Jacqueline vult aan: “Het is belangrijk dat de kennis en ervaring die we in de partnerschappen opdoen ook benut wordt in de bredere regionale ontwikkelingen. Dat vraagt dat we onszelf steeds in positie brengen.”
Die zichtbaarheid is niet vanzelfsprekend, zeker nu thema’s als inductie, academievorming en professionalisering steeds breder worden opgepakt. “We moeten goed opletten dat de juiste partijen aan tafel zitten,” zegt Roos. “Anders ontstaan er aparte trajecten naast de partnerschappen, en dat is zonde van de kennis en ervaring die er al is.”
De Noord-Hollandse SamenScholing heeft in korte tijd veel bereikt: een stevig fundament, een werkende structuur en een groeiend netwerk van scholen en opleidingen die samen opleiden. De uitdaging voor de komende periode ligt in het borgen van die kwaliteit binnen een steeds breder speelveld. Roos: “De komende tijd willen we vooral vasthouden wat werkt en zorgen dat het staat als een huis. Als we dichtbij de praktijk blijven, maken we het verschil.”
> Bekijk alle logboeken in het dossier Samen sterk in onderwijsregio’s.