In deze logboekserie volgen we vertegenwoordigers van lerarenopleidingen op drie momenten in de tijd. Ze delen ervaringen en inzichten over ontwikkelingen in de onderwijsregio’s, de partnerschappen Samen Opleiden en het instituut en wat dit betekent voor de kwaliteit en principes van het samen opleiden. Door deze ontwikkelingen te volgen, biedt deze serie waardevolle lessen en inspiratie voor partnerschappen die gezamenlijk werken aan het opleiden van toekomstige leraren.
Roos Numan is teamleider van de pabo Alkmaar bij Hogeschool Inholland en programmaleider van het partnerschap de Noord-Hollandse SamenScholing. Ze combineert de functie van teamleider met die van programmaleider. In haar rol werkt ze nauw samen met een programmaleider uit het werkveld, als duo binnen het partnerschap. De Noord-Hollandse SamenScholing maakt deel uit van twee onderwijsregio’s in het primair onderwijs: Noorderwijs en Zaanstreek-Waterland. Binnen Noorderwijs is Roos – net als alle bestuurders uit de regio- lid van de stuurgroep van de onderwijsregio. In Zaanstreek-Waterland participeert zij in de werkgroep werven en matchen.
De Noord-Hollandse SamenScholing is in korte tijd uitgegroeid van vijf naar achttien betrokken schoolbesturen. Die groei vond pas plaats nadat er is geïnvesteerd in kwaliteit en een stevige structuur. “We hebben eerst gebouwd aan een stevig fundament, waarbij de inhoud leidend was,” aldus Roos. Daarmee werd bewust gekozen om de organisatie dienstbaar te maken aan de inhoud. Pas nadat dit fundament stevig genoeg was, is het partnerschap fors uitgebreid. Alle studenten worden nu in leerteams geplaatst en de ambitie is om vanaf september 2025 100% samen op te leiden. Leerteams zijn kleine groepen studenten die wekelijks of tweewekelijks samenkomen op een opleidingsschool. Ze reflecteren gezamenlijk op hun praktijkervaringen en werken samen met zowel instituutsopleiders als schoolopleiders. Roos licht toe: “Wij doen alles in tandems”, waarbij de schoolopleider en instituutsopleider samen verantwoordelijk zijn voor de begeleiding en inhoud van het leerteam.
“We hebben eerst gebouwd aan een stevig fundament, waarbij de inhoud leidend was. Dat betekent dat we het echt samen doen, en dat samen komt tot uiting in alles wat we doen. De werkdruk en afhankelijkheid van subsidie maken het complex, maar tot nu toe lukt het om de gezamenlijke aanpak te borgen.”
Om de leerteams goed te kunnen organiseren, is de provincie verdeeld in zes subregio’s waarin besturen samenwerken. Daarbij wordt onder andere gewerkt met gedeelde coördinatie: “Bijvoorbeeld één coördinator voor drie of vier besturen, zodat ook de overhead wordt verdeeld”, zegt Roos. De leerteams worden flexibel samengesteld, afhankelijk van de instroom en spreiding van studenten. Stageplaatsen en leerteams kunnen verdeeld worden over verschillende scholen binnen of buiten besturen. Voor toetredende scholen wordt ruimte geboden om op eigen tempo in te groeien met een opbouw in verantwoordelijkheid voor stageplaatsen en leerteams. Scholen die zelf nog geen leerteam draaien, participeren wel in de kwaliteitscyclus.
De uitbreiding brengt ook uitdagingen met zich mee. In sommige regio’s, zoals Zaanstreek-Waterland, is het aantal studenten klein en is de afstand tot de hogeschool groot. Dat maakt het een uitdaging om leerteams in stand te houden. Roos noemt het “lastige bewegingen”, waarbij soms leerteams moeten worden samengevoegd of opgeheven. Ook op bestuurlijk niveau zijn er zorgen, vooral over de betaalbaarheid – met name van de leerteams: “Waar ik bang voor ben, is dat er teveel focus komt op het geld en dat we de meerwaarde van het samen opleiden in leerteams deels uit het oog verliezen”. Dat zou gevolgen kunnen hebben voor zowel de bedrijfsvoering als de accreditatie van de pabo en belangrijker nog voor de kwaliteit van het samen opleiden.
Samen opleiden is volledig geïntegreerd in het vernieuwde curriculum van de pabo Alkmaar. “Dat is echt hand in hand gegaan”, vertelt Roos. Studenten zijn wekelijks of tweewekelijks actief in leerteams op een opleidingsschool. Roos benadrukt dat dit niet los te zien is van het curriculum en ook structureel terugkomt in begrotingen en organisatie. “Dat betekent dat we het echt samen doen, en dat samen komt tot uiting in alles wat we doen”. De werkdruk en afhankelijkheid van de subsidie per student maken het complex, maar tot nu toe lukt het om de gezamenlijke aanpak te borgen.
Waar ik bang voor ben, is dat er teveel focus komt op het geld en dat we de meerwaarde van het samen opleiden in leerteams deels uit het oog verliezen. Dat zou gevolgen kunnen hebben voor de accreditatie van de pabo en – belangrijker nog – voor de kwaliteit van het samen opleiden.”
Verbinding en samenwerking vormen de kern van het partnerschap. “We zijn echt begonnen op basis van verbinding en gesprek. Dat zijn onze kernen”, aldus Roos. Nu het aantal betrokkenen groeit, is het lastiger om iedereen persoonlijk te kennen. Dat maakt het des te belangrijker om te investeren in relaties. “Dat vraagt veel werk om die verbinding tot stand te brengen”. Roos is actief bezig om professionals bijeen te brengen, ook over sectorgrenzen heen. Zo ontstaan er nieuwe samenwerkingen, bijvoorbeeld met het voortgezet onderwijs en het mbo.
De komst van onderwijsregio’s brengt bestuurlijke vragen met zich mee. Roos merkt dat het nog zoeken is naar een goede balans in zeggenschap en besluitvorming: “Wat is dan de geëigende plek om besluiten te nemen? Worden dat dan de twee onderwijsregio’s? Zetten we daarmee de stuurgroep van het partnerschap buitenspel?”. Ze ziet een spanningsveld ontstaan tussen bestaande structuren en nieuwe bestuurlijke lagen. Ondertussen verandert ook de betrokkenheid: sommige besturen lijken een terugtrekkende beweging te maken. “Ik merk verschil in betrokkenheid en vind dat persoonlijk een ongemakkelijke staat van zijn”.
> Bekijk alle logboeken in het dossier Samen sterk in onderwijsregio’s.