In deze logboekenreeks volgen we programmaleiders die actief bijdragen aan de ontwikkeling van onderwijsregio’s. In drie opeenvolgende gesprekken delen zij hun ervaringen met veranderende samenwerking, governance en kwaliteitsontwikkeling binnen Samen Opleiden. Zo ontstaat een rijk beeld van hoe partnerschappen zich positioneren in het bredere veld van regionale samenwerking.
In deze derde en laatste aflevering van het logboek spreekt Gert van der Horst, hogeschoolhoofddocent Samen Opleiden bij de lerarenopleidingen van Hogeschool Windesheim, opnieuw over de beweging die Samen Opleiden maakt binnen de onderwijsregio’s. In de eerdere logboeken stond de verbreding van de samenwerking centraal en werd verkend hoe de praktijk zich ontwikkelt. Dit keer kijken we met Gert terug én vooruit. Wat wordt scherper zichtbaar nu Samen Opleiden in een nieuwe fase komt? Waar ligt spanning, en welke keuzes zijn nodig om de samenwerking toekomstbestendig te houden? Gert deelt zijn zorgen, inzichten en ambities – met als rode draad: aandacht voor visie, kwaliteit en eigenaarschap, juist in een tijd van druk en verandering.
Wat Gert betreft begint het allemaal bij een gedeelde visie. Als partners niet hetzelfde verstaan onder Samen Opleiden, komt de samenwerking onder druk te staan. “Als bestuurders het verschil niet scherp hebben tussen een stagemodel en Samen Opleiden, dan komt Samen Opleiden onder druk te staan. Dat gesprek moet steeds opnieuw gevoerd worden.” Hij benadrukt dat het geen bijzaak is, maar een bewuste keuze die vraagt om investering, inhoud en gezamenlijk eigenaarschap: “Samen Opleiden is een kernopdracht waar je als partnerschap bewust voor kiest.”
Als bestuurders het verschil niet scherp hebben tussen een stagemodel en Samen Opleiden, dan komt Samen Opleiden onder druk te staan. Dat gesprek moet steeds opnieuw gevoerd worden.”
In de praktijk ziet Gert dat die visie niet altijd leidend is. Met de toenemende (financiële) druk op scholen en instituten verschuift de aandacht al snel naar wat direct nodig is. Het gaat hem daarbij vooral om de afwegingen die worden gemaakt. “Het is de vraag: welke keuzes maak je met de middelen die je hebt?” Een voorbeeld is het uitbetalen van stagevergoedingen uit het budget voor begeleiding. Dat leidt soms tot de afweging: “Doe maar even rustig aan met studenten.” Zo’n keuze heeft directe impact op Samen Opleiden en maakt het lastig om de opleidingsinfrastructuur – en de kwaliteit ervan – in stand te houden bij kleine studentenaantallen.
Een ander aandachtspunt is de snelheid waarmee partnerschappen soms worden opgeschaald. Meer besturen aan boord halen klinkt aantrekkelijk, maar brengt ook risico’s met zich mee. “Als je te snel opschaalt, loop je het risico dat de inzet van opleiders verschraalt. Dan komt de kwaliteit onder druk te staan.” Gert pleit voor scherpe keuzes over de inhoudelijke kern, juist om te voorkomen dat Samen Opleiden verwordt tot een organisatorisch model zonder pedagogische of opleidingskundige diepgang.
Tijdens het gesprek komt ook de positie van de Onderwijsregio’s aan bod. Die rol is in de afgelopen jaren duidelijk groter geworden, stelt Gert. “Je merkt dat Onderwijsregio’s nu veel zwaarder zijn neergezet dan in het begin.” Tegelijkertijd zorgt deze ontwikkeling ook voor meer regeldruk. Opleidingen en praktijkbureaus zijn veel tijd kwijt aan verantwoording en afstemming, bijvoorbeeld ten aanzien van de studentenadministratie. “Dan krijg je te maken met verschillende lijsten die naast elkaar gelegd moeten worden, vestigingscodes die niet kloppen, extra overleggen. Dat doet iets met de tijd en ruimte die je hebt voor de inhoud.”
Het is de vraag: welke keuzes maak je met de middelen die je hebt? Doe maar even rustig aan met studenten, zo’n keuze heeft direct impact op Samen Opleiden.”
Daarom blijft Gert benadrukken dat de inhoud en het eigenaarschap stevig bij de partnerschappen Samen Opleiden moet blijven liggen. Onderwijsregio’s zijn hierbij ondersteunend en borgend. “Je moet bij partnerschappen blijven inzetten op sterke inhoudelijke mensen. Mensen die echt voor dat partnerschap werken en eigenaarschap voelen.” Regie op het grotere geheel vanuit de Onderwijsregio is waardevol, maar zonder lokale verankering in partnerschappen en ruimte voor eigen inkleuring verliest Samen Opleiden zijn kracht.
In dit gesprek komt ook kwaliteitsborging nadrukkelijk aan bod. “We denken soms dat het wel staat, maar Samen Opleiden is op veel plekken nog kwetsbaar.” Hij wijst op de kracht van beoordelingsgerichte peer reviews, die in de beginfase zorgden voor duidelijke feedback en inhoudelijke ontwikkeling. “Die eerste fase, rond 2015, daar zat een vonk in. Dat kwam ook door het kwaliteitskader en de beoordeling. Het verdwijnen van de beoordelingsgerichte peer review kan er toe leiden dat die scherpte minder wordt.
Een positieve beweging is volgens Gert dat er meer verbinding ontstaat met de andere thema’s binnen de Onderwijsregio’s en binnen de opleidingsinstituten. “Je ziet dat we verder in komen in het gesprek. Er wordt meer over de schotten heen gekeken dan voorheen.” Dat geldt ook intern bij Windesheim, waar Samen Opleiden en Onderwijsregio’s ninmiddels veel meer met alle educatieve afdelingen samen wordt opgepakt. Die verbreding zorgt voor meer samenhang met thema’s als professionalisering, een leven lang ontwikkelen en masteropleidingen. “Onze masters waren vroeger nauwelijks betrokken bij Samen Opleiden. Nu haken ze aan. Dat maakt het inhoudelijk rijker.”
Onze masters waren vroeger nauwelijks betrokken bij Samen Opleiden. Nu haken ze aan. Dat maakt het inhoudelijk rijker.”
Vooruitkijkend ziet Gert dat er in verschillende Onderwijsregio’s wordt gewerkt aan herontwerp. Partnerschappen krijgen de ruimte om opnieuw het gesprek te voeren over richting, invulling en samenwerking. “Er is nu echt de opdracht om het zorgvuldig te doordenken. Dat vraagt tijd in aanloop naar het nieuwe schooljaar 2026-2027.” Tegelijkertijd is hij realistisch over de spanning tussen ambitie en capaciteit. “We willen ambitieus zijn, misschien wel met zestig procent van het curriculum via Samen Opleiden, maar we moeten het wel doen met minder mensen.” Hij pleit dan ook voor zorgvuldigheid: “Zorg dat je geen schepen verbrandt die je later niet meer kunt herstellen.”
Dit derde gesprek laat zien hoe Samen Opleiden zich in de praktijk voortdurend beweegt tussen ambitie en realiteit. Er is meer samenwerking, meer inhoud en meer verbinding. Maar de kwetsbaarheid blijft. Volgens Gert vraagt dat om voortdurende aandacht voor visie, kwaliteit en eigenaarschap. “Je moet steeds blijven denken vanuit het geheel. Samen Opleiden biedt veel kansen, maar dat verhaal moet je wel blijven vertellen.”
Tegelijkertijd overheerst bij Gert een gevoel van trots. Hij ziet dat het werken in partnerschappen niet alleen steviger is geworden, maar ook beter is verankerd in de organisatie van het instituut. Ook de zichtbaarheid in de regio en de kwaliteit van de inhoudelijke gesprekken vervullen hem met voldoening. “We zijn zichtbaar als instituut in de regio’s, we doen ertoe. De gesprekken die we voeren zijn van betekenis.” Hij noemt het waardevol dat er voortgebouwd wordt op het stevige fundament uit de eerste fase, en dat mensen blijven aanhaken. “Dat lukt blijkbaar. Dat betekent dat we iets goeds hebben neergezet.”