MBO

Interview | Beroepsgerichte didactiek in Samen Opleiden

Een Leven Lang Ontwikkelen in het beroep start voor mbo-studenten al bij aanvang van hun studie. Dat is te zien in het beroepsonderwijs van nu waarin steeds intensiever samengewerkt wordt met bedrijven en instellingen en waarbij nieuwe leerwerkomgevingen en leer- en begeleidingsprocessen vorm krijgen en plaatsvinden. Beroepsonderwijs vraagt dan ook om een eigen vorm van didactiek: beroepsgerichte didactiek. Beroepsgerichte didactiek speelt in op de eigenaardigheden van het beroep, die leidend zijn voor inrichting van leerprocessen. Dit betekent een andere logica en dynamiek dan bij funderend onderwijs. En dat vraagt in lijn daarvan om een andere manier van opleiden van mbo-docenten waarin het gaat om het werken met en een bijdrage kunnen leveren aan het zoeken naar oplossingen voor de complexe mondiale vraagstukken die ook van invloed zijn op de beroepscontexten.

Om hieraan tegemoet te kunnen komen, dienen wendbare, ondernemende en ontwikkelingsgerichte mbo-docenten opgeleid te worden die in staat zijn om in te springen op continue veranderingen in de wereld en de beroepscontext en daarmee ook hun studenten op te leiden tot wendbare, ondernemende en ontwikkelingsgerichte professionals. Zowel mbo-docenten in opleiding als hun lerarenopleiders hebben hiertoe vragen te beantwoorden als:

  • Hoe zorg ik dat mijn studenten praktijkervaring opdoen, die bijdraagt aan optimale beroepsontwikkeling en hoe begeleid ik dat?
  • Hoe krijgen we als opleidingsteam de beroepsontwikkeling van onze studenten goed in beeld, ook als die zich voor een groot deel voltrekt op de werkplek?
  • Hoe volg ik de ontwikkelingen in het werkveld zodat ik die kan vertalen naar mijn lessen en de inrichting van mijn opleiding?
Hanneke Maassen
Marco Mazereeuw

Een grote uitdaging voor lerarenopleiders en mbo-partnerschappen Samen Opleiden & Professionaliseren. Opleiden voor een beroepsgerichte context is immers complex en niet voor alle partners in partnerschappen gesneden koek. In dit interview duiken we met ervaringsdeskundigen op dit thema Marco Mazereeuw (Lector Beroepsgerichte didactiek en Leven Lang Ontwikkelen) en Hanneke Maassen (Programmaleider opleidingsschool Groen Consortium, opleidingsschool voor docenten in beroepsgerichte vakken in het groene domein) dieper in op wat beroepsgerichte didactiek voor hen inhoudt en hoe dat kan werken in de praktijk van een partnerschap. We starten met een terugblik op de mbo-netwerkbijeenkomst in september waarin zij een aantal partnerschappen meenamen op dit thema en de inzichten die hieruit voortkwamen. Hierna staan we stil bij de betekenis van beroepsgerichte didactiek en de betekenis hiervan voor docenten(opleiders). We sluiten af met een blik op de toekomst en tips ten aanzien van beroepsgerichte didactiek in Samen Opleiden & Professionaliseren en enkele relevante bronnen.

In september ‘23 vond de mbo-netwerkbijeenkomst plaats voor partnerschappen SO&P met als thema beroepsgerichte didactiek. Welke inzichten uit deze bijeenkomst zijn jullie bijgebleven?

Hanneke: ‘Wat mij is vooral is bijgebleven is hoe mijn praktijkervaring en -beleving samenvalt met de theorie van Marco. Tegelijkertijd bleek dat het ook zoeken is met elkaar naar wat beroepsgerichte didactiek precies is. Wat maakt het uniek en is het wel uniek? Wij in het Groen Consortium leiden docenten op voor beroepsgerichte vakken. Deze docenten, die ondergedompeld zijn in het beroepsonderwijs, ervaren beroepsgerichte didactiek wellicht niet als een bijzondere vorm van didactiek, omdat het zo eigen is. Ik denk dat deze netwerkbijeenkomst bijdroeg aan bewustwording over het denken en handelen dat ten grondslag ligt aan beroepsgerichte didactiek.’

Marco voegt hieraan toe dat zichtbaar werd dat er nog uiteenlopende beelden leven bij de terminologie rondom dit thema. Ook zag hij in het moment dat er in die bijeenkomst samen gekeken werd naar wat beroepsgerichte didactiek is en dat het samen zoeken naar wat het is parallel is aan hoe beroepsgerichte didactiek an sich werkt; het gesprek werd ontwikkelingsgericht ingestoken (zo kan het eruitzien i.p.v. dit is het en zo moet het), het betrof een onderwerp waar deelnemers onderdeel van zijn en waarin zij een rol en stem hebben in ontwikkelingen. Marco: ‘Zo ontstonden ideeën over wat beroepsgerichte didactiek voor de deelnemers betekent en wat er voor hen te doen is. Daardoor zie je gebeuren dat mensen zich ermee willen verbinden, wat een goed gevoel doet ontstaan. Het voelt als een verdiepende slag.’

Verder valt hem op dat opleiders in Samen Opleiden sterk de neiging hebben om beroepsgerichte didactiek te koppelen aan hoe zíj als lerarenopleiders hun studenten (docenten in opleiding) opleiden en niet zozeer over hoe docenten in opleiding hun mbo-studenten begeleiden. De bewustwording over dat parallelle proces is nog in ontwikkeling. Hanneke licht toe hoe een parallel proces eruit ziet: ’Lerarenopleiders zijn een voorbeeld voor docenten in opleiding die op hun beurt weer een voorbeeld zijn voor hun studenten. Enerzijds zijn zowel onze lerarenopleiders als hun studenten (docenten in opleiding) in beroepsgerichte vakken de vakexperts die beroepskennis overdragen. Anderzijds gaat het in het opleiden van docenten over het vormgeven aan, en voorbeeld zijn in, docentschap, zoals bijvoorbeeld het aansluiten op de dynamiek waardoor je veerkrachtig en wendbaar moet zijn als docent. Die twee lagen wisselen continu af.’ ‘Als je een vakdidacticus wiskunde vraagt hoe je differentiaal rekenen aanleert,’ geeft Marco als voorbeeld, ‘zal hij uitleggen hoe een docent dit kan aanpakken met zijn leerling of mbo-student. Nog niet zozeer is hij zich bewust van en expliciteert hij hoe hij zélf zijn docenten in opleiding differentiaal rekenen aanleert.’ En dat is begrijpelijk volgens hem: ’Er mag aandacht naar dat parallelle proces, maar dat is ontzettend moeilijk te vatten, omdat het zo dichtbij de persoon staat, dat de neiging bestaat het enkel vanuit eigen ervaring te bekijken.

Beiden zijn het erover eens dat de netwerkbijeenkomst bijdroeg aan bewustwording en diepere inzichten rondom beroepsgerichte didactiek. Hierbij is beroepsgerichte didactiek niet in zijn volledige breedte vastgepakt, maar is de kracht ervan met name besproken: het vermogen om gezamenlijk te creëren. Die manier van kijken naar didactiek neemt een groot deel van het leren op alle lagen, in parallelle processen, in beslag.

Wat houdt beroepsgerichte didactiek in de volledige breedte dan eigenlijk in?

Marco trapt af met dat beroepsgerichte didactiek onder meer een perspectief op leren en ontwikkelen is, meer dan een set aan kenniselementen of iets dergelijks: ‘Het is een manier van ontwikkelingsgericht kijken naar de mens als onderdeel van zijn (beroeps)omgeving en de interacties die daarin een rol spelen. Cultuur en ethiek staan hierbij centraal. Er gebeurt iets in de wereld en daardoor ook iets bij mij en ik kan daaraan bijdragen. Hierin spelen vakkennis, vaardigheden en beroepshouding een rol, maar ook wendbaarheid en weerbaarheid.’

Hanneke: ‘Daarbij staat beroepsgerichte didactiek voor het vormgeven aan een didactiek waarin het gaat over het ontwikkelen van vermogens zoals ondernemendheid, ontwikkelingsgerichtheid en onderzoekend en reflectief vermogen.’

Om hier een wat concreter beeld bij te krijgen: welke praktijkvoorbeelden zijn er te noemen waarin beroepsgerichte didactiek optimaal tot uiting komt?

Hanneke geeft een sprekend voorbeeld van één van de scholen waarvoor zij als instituutsopleider werkt, die een dierenartspraktijk in de tuin heeft gebouwd: ‘In deze gesimuleerde omgeving van de school, ingericht als dierenartspraktijk, is een gemeenschap van mbo-studenten en docenten (in opleiding) samen aan het werk. Er is geen schoonmaakdienst; studenten hebben zelf te regelen dat het er hygiënisch is. Verder moeten ze onder anderen zelf roosters maken. Ze leren kortom alle werkzaamheden te verrichten die je in de praktijk van een dierenartsenpraktijk ook verricht. Docenten in opleiding begeleiden deze studenten op voorwaardelijke competenties als motivatie, eigenaarschap en initiatief nemen. Het (leren) begeleiden gaat dus ook over het ontwikkelen van zelfregulatie bij studenten. En bij zichzelf, want in een gemeenschap waar men samen werkt, leert men ook samen. Dus de vraag ‘Wat heb ik hierin te doen?’ geldt voor zowel studenten als docenten (in opleiding).’

Nog een voorbeeld van Hanneke is de inrichting van de Vakmansschapsroute op een andere locatie: ‘Studenten krijgen er alle kennis en vaardigheden aangeleerd door werkplekbegeleiders van de bedrijven. Op school krijgen ze, naast de vakken Nederlands, rekenen, Loopbaan en Burgerschap, begeleiding op het leerproces: wat heb je gedaan, welke leerprocessen, en wat heb je ervan geleerd? Alles aan beroepsgerichte kennis en vaardigheden is dus uitbesteed aan bedrijven. Juist het expliciteren van werkprocessen naar leerprocessen en hoe ze dat verder vormgeven in hun loopbaan, gebeurt op school. Hier wordt de veranderende rol van de, toekomstige, docent zichtbaar, want het gaat vooral om begeleiding en niet meer om lesgeven in traditionele zin.’

Hanneke voegt toe dat deze praktijkvoorbeelden een vertaling vormen van het beroepsbeeld van opleidingsschool Groen Consortium, waarin het verbinden met beroepsdomein in de maatschappij centraal staat en de daaraan gerelateerde competenties ondernemendheid, onderzoekend zijn, reflecterend, ontwikkelingsgericht, toekomstgericht en innovatief.

Eerder hadden we het al over parallelle leer- en ontwikkelprocessen die spelen in Beroepsgerichte Didactiek. Kunnen jullie wat meer vertellen over wat dat betekent voor docenten(opleiders)?

Marco: ‘Die parallelle processen kun je zien in het licht van leren toepassen, aanpassen en creëren . Als het gaat om toepassen leer je als begeleider de lerende hoe het kan door middel van modelleergedrag. Je expliciteert hoe je het doet en waarom. Bij aanpassen en creëren wordt dat anders en speelt die parallelle ontwikkeling op, want ineens sta je als docent en student voor een gezamenlijke uitdaging. Zo weet de docent in het voorbeeld dat Hanneke gaf, waarin docenten en studenten samen een dierenartspraktijk opzetten, het zelf ook niet helemaal en is hij één van de lerende eenheden in het systeem. Het parallelle proces is dat iedereen aan het leren is over de opgave en wat ieder daarin te doen heeft.’

En dat gaat niet vanzelf, vervolgt hij: ‘Het is voor zowel docenten als studenten niet makkelijk om van toepassen naar aanpassen en creëren te bewegen, want beide moeten zich op een andere manier gedragen. Studenten zijn gewend dat de docent het wel weet en zegt hoe het moet, maar ineens is de docent iemand die laat zien dat hij ook aan het leren en ontwikkelen is. Voor de docent betekent het dat hij meer dat hij meer in de gaten houdt hoe de studenten zich ontwikkelen en niet zozeer zegt hoe het moet, maar suggesties doet. Dit samen in hetzelfde schuitje zitten vraagt om en creëert wederkerigheid waarbij ook de docent leert van perspectieven van de student. De docent blijft weliswaar de knowledgeable other, maar staat in dezen echt meer naast de student.’
Hanneke maakt hierop de koppeling naar het drieslag-leren zoals de Velon dat beschrijft in de beroepsstandaard . De opleider maakt de drieslag in leren zichtbaar, zowel tussen zijn eigen didactisch handelen als opleider en het didactisch handelen van de (aanstaande) leraar, als tussen het leren van (aanstaande) leraren en het leren van leerlingen/studenten. Hij expliciteert, onderbouwt en verantwoordt zijn (opleidings)didactische keuzes en zijn visie op opleiden. ‘En dit dan dus,’ verwoordt Hanneke, ‘in een beroepscontext waarin beroepsgericht wordt opgeleid. Eigenlijk is er een vierslag-leren gaande waarin de opleider zelf aan het leren is terwijl hij anderen opleidt voor het beroep binnen een sector die ook aan het ontwikkelen en leren is.’

Een uitdaging voor docentopleiders is dus het bewust worden van en vorm geven aan dat parallelle proces dat speelt in beroepsgerichte didactiek. Welke uitdagingen zijn er nog meer te noemen als het gaat over het vormgeven aan deze vorm van didactiek?

Het constant bijblijven in het beroepenveld is absoluut een uitdaging volgens Hanneke: ’Dit wordt niet altijd gefaciliteerd en vraagt om intrinsieke motivatie. Bovendien is het nodig om een mening te vormen over mondiale vraagstukken en de betekenis daarvan te duiden voor organisaties binnen een bepaald beroep. Dit kun je niet alleen als school. De uitdaging is dan ook om verbinding te maken met de buitenwereld, regionale vraagstukken op te halen en te leren bewegen in netwerken.’

Marco vult aan met dat creërend leren van een ieder in het spel vraagt om het een lerend en onderzoekend perspectief in te nemen en daarnaar te handelen. Hanneke: Ja, en dat is een grote uitdaging, geen standaard.’ Marco: ‘Klopt, het gaat over het op zoek gaan naar ‘de plek der moeite waard’ . Niet elke schuring is de moeite waard; we zoeken de schuring op waarvan we denken dat die iets moois op gaat leveren. Bijvoorbeeld in Hannekes eerdere voorbeeld van het oprichten van een dierenartspraktijk in de schoolsituatie: je weet dat het iets moois op kan leveren, maar je weet ook dat het een heleboel gedoe op gaat leveren. Je kunt niet zonder gedoe om naar dat lerend klimaat bewegen. Dat vraagt echt wel wat van mensen.’

Wat is volgens jullie belangrijk en hebben partnerschappen Samen Opleiden te doen in het creëren en ondersteunen van zo’n lerend klimaat?
Hanneke benadrukt het belang van aansluiten op de ontwikkelingen die gaande zijn in de leeromgeving van studenten: ‘In het mbo ontstaan steeds vaker emergente teams en gaat het steeds meer over teamopgaven waar studenten als onderdeel van een team mee te maken krijgen. Studenten bewegen zich in zo’n team dat onderwijs gezamenlijk heeft vorm te geven en waarin een hiërarchische teamstructuur ontbreekt, met allerlei hiermee gepaard gaande uitdagingen van dien,’ zegt ze. Het is van belang deze uitdagingen in beeld te hebben en vanuit dit perspectief te kijken naar hoe het leren van een student optimaal te kunnen ondersteunen. ‘Steeds vaker hebben studenten in zo’n praktijk bijvoorbeeld niet één persoon als wpb, maar is het een teamaangelegenheid, waarin studenten in het realiseren van een teamopgave de op dat moment gewenste begeleiding kunnen zoeken in de aanwezige diversiteit van dat team.’

Marco voegt toe dat het in het samen creëren van belang is om aandacht te houden voor de leerprocessen die met dat creëren te maken hebben. Er bestaat namelijk een risico dat in innovatieve trajecten de innovatie vooral centraal staat: ‘Denk hierbij aan een team techneuten die samen een machine ontwerpen en vooral dus met die machine bezig zijn, en minder met het leren dat plaatsvindt in dat proces. Anderzijds en vooral bieden innovatieve trajecten juist een enorm rijke leeromgeving. De techneuten die samen overleggen over de machine en het gesprek met elkaar lerend houden kunnen enorme slagen maken. Er ligt dus een belangrijke taak weggelegd voor het samen opleiden en professionaliseren om studenten te betrekken in allerlei ontwikkelingen en het leren en ontwikkelen te borgen door het te bevragen en expliciteren.’

Het borgen van leren in ontwikkelingen of innovaties is een belangrijke, maar ook best complexe taak. Hoe kan dit vormgeven worden? Zijn hiertoe voorbeelden te noemen ter inspiratie voor partnerschappen Samen Opleiden?

Hanneke refereert aan een pilot over leren op grenspraktijken vanuit Aeres Hogeschool Wageningen : ‘Uit die pilot blijkt dat als de docent in opleiding creatieve vaardigheden inzet zoals creatieve denkvaardigheden, het vaak makkelijker lijkt om te anticiperen op veranderingen. Ook kennis van en bewustzijn over werkwijzen, maakprocessen en leerprocessen helpt de docent in opleiding om de studenten en leerlingen beroepsgericht op te leiden.

Didactisch coachen vormt een passende manier van begeleiden van leren in innovaties en wordt binnen het Groen Consortium breed ingezet in het opleiden van zowel studenten als schoolopleiders. De docent in opleiding leert didactisch coachten te gebruiken voor het begeleiden van de leerprocessen van studenten. Hierdoor is er ook aandacht voor de metacognitieve vaardigheden van de studenten en leerlingen.

Verder zet het Groen Consortium een vorm van participatief- en actieonderzoek in, dat ze ook wel ‘leren voor duurzame ontwikkeling’ noemen. Hierbij worden docenten in opleiding op ontwikkeling van educatieve leertrajecten ingezet. ‘In deze trajecten gaat het over welke betekenis een actualiteit heeft, welke kennis onder die actualiteit ligt waar je weet van moet hebben en welke betekenis deze heeft voor de toekomst,’ vertelt Hanneke. ‘Dat dienen ze te vertalen naar actuele ontwikkeling in de sector en dat wordt weer vertaald naar educatieve leertrajecten voor hun studenten.’ Door deze vorm van participatief- en actieonderzoek in te zetten, worden leren en ontwikkelen in balans gebracht.

Wat zouden jullie tot slot nog willen meegeven aan tips, inspirerende woorden of blik op de toekomst ten aanzien van beroepsgerichte didactiek in Samen Opleiden & Professionaliseren?

Hanneke geeft aan dat beroepsgerichte didactiek an sich over toekomst gaat: ‘Het gaat over het samen vormgeven aan een toekomst voor het werkveld en het leren in de sector.’ Marco benadrukt de energie en het enthousiasme dat met deze vorm van leren en ontwikkelen loskomt: ‘Het heeft te maken het zelf, jezelf ontwikkelen én het creëren van de toekomst. Daar worden mensen enthousiast van.’

Tips voor ondersteunende leeromgeving

Een aantal tips van Hanneke: ‘Een ondersteunende leeromgeving is verbonden met wat er in de omgeving van die leeromgeving gebeurt. Zorg ervoor dat docenten in opleiding die verbinding ervaren door ze mee te nemen naar buiten en ze te laten wennen aan netwerken, bijvoorbeeld in netwerkbijeenkomsten. Laat de docent in opleiding ervaring opdoen in de school en in een omgeving waar het werkveld van het beroep en de school elkaar raken. En laat studenten vakoverstijgende educatieve leertrajecten ontwerpen, ontwikkelen en uitvoeren, met daarin een begeleidingsplan voor het leerproces van de mbo-docent. Dit is ondersteunend aan het doorgronden van het systeem van leren in de beroepscontext en het aan elkaar verbinden van avo-vakken en beroepsgerichte vakken.’

Bronnen

Hoeve, A., Van Vlokhoven, H., Nieuwenhuis L. & Den Boer, P. (2021), Handboek beroepsgerichte didactiek. Huizen: Pica
Khaled, A. & Mazereeuw, M. (2022). Ruimte voor wendbaar vakmanschap. Hogeschool Utrecht
Mazereeuw, M., Khaled, A., & Van Duuren, A. (2021). De ontwikkeling van wendbaar vakmanschap van mbo-studenten. In A. Hoeve, H. Van Vlokhoven, L. Nieuwenhuis & P. Den Boer (Eds.), Handboek beroepsgerichte didactiek (pp. 32-53). Huizen: Pica.
Wierdsma, A. (1999). Co-creatie van verandering, Delft: Eburon.

Auteurs: Rian Hendriks (medewerker Platform Samen Opleiden & Professionaliseren) i.s.m. Marco Mazereeuw (Lector Beroepsgerichte didactiek en Leven Lang Ontwikkelen) en Hanneke Maassen (Programmaleider opleidingsschool Groen Consortium).

Gerelateerde berichten